Herstelgolven — Verdieping

De herstelgolf naar verbinding: theoretische en empirische onderbouwing

In het kort

Voor het centrale deel van de herstelgolf naar verbinding zijn inmiddels empirische aanwijzingen gevonden. In onderzoek onder 59 betrokkenen van de Herstelacademie Haarlem kwam een duidelijke beweging naar voren van herkenning naar erkenning en verbinding. Herkenning werd hoog gewaardeerd als onderdeel van herstel, hing samen met zich gezien en gehoord voelen en met verbondenheid, en ging regelmatig samen met minder schaamte en minder alleen voelen. Ook in de open antwoorden kwam een bredere beweging naar voren van vervreemding en isolement naar herkenning, betekenis en verbinding.

1. De herstelgolf naar verbinding: waar is deze op gebaseerd?

De herstelgolf naar verbinding is een van de herstelgolven waarvoor inmiddels ook daadwerkelijk onderzoek beschikbaar is. Voor het centrale deel van deze golf zijn de eerste empirische aanwijzingen gevonden. In dit artikel leg ik uit waar het model vandaan komt, wat ik heb onderzocht en op welke punten de onderzoeksresultaten de herstelgolf ondersteunen.

Dit is daarmee een ander soort artikel dan de meer toegankelijke artikelen op Herstelgolven. Wie vooral wil weten hoe de herstelgolf naar verbinding eruitziet en wat de verschillende fasen betekenen, kan beter beginnen bij de algemene uitleg over deze golf. Dit artikel is bedoeld voor wie een stap verder wil gaan: professionals, onderzoekers, ervaringsdeskundigen en andere geïnteresseerden die willen weten waarop het model theoretisch en empirisch is gebaseerd.

Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen wat uit onderzoek naar voren komt en wat verdere theoretische uitwerking is. De onderzoeksresultaten geven vooral steun aan de centrale beweging van herkenning naar erkenning en verbinding.

De huidige herstelgolf is mede uit dat onderzoek ontstaan. Het interessante is daardoor niet alleen dat delen van het model ondersteuning kregen, maar ook dat het onderzoek heeft geholpen om het model verder aan te scherpen.

2. De theoretische basis: van vervreemding naar verbinding

De huidige herstelgolf naar verbinding ontstond niet op zichzelf. De theoretische basis ligt in een eerder model dat ik ontwikkelde rond de route van vervreemding naar verbinding.

In dat model beschrijf ik verbinding en vervreemding als twee mogelijke bewegingen. Wanneer iemand diep vanbinnen het gevoel heeft fundamenteel anders te zijn of er niet bij te horen, verschuift de aandacht gemakkelijk naar verschillen. Dat kan afstand versterken en uiteindelijk bijdragen aan vervreemding van anderen en van jezelf. Wanneer de blik juist meer gericht raakt op gedeelde ervaringen en overeenkomsten, kan de beweging de andere kant op gaan: richting herkenning, erkenning en verbinding.

Een belangrijk omslagpunt in dat model is daarom de manier waarop iemand naar zichzelf in verhouding tot anderen kijkt. Herkenning ontstaat wanneer je iets van jezelf terugziet in een ander: een ervaring, emotie, gedachte of worsteling die ineens niet alleen van jou blijkt te zijn. Vanuit die herkenning kan de eigen ervaring meer bestaansrecht krijgen. Dat noem ik erkenning. Vervolgens kan er meer ruimte ontstaan voor werkelijk contact met anderen en uiteindelijk ook voor een hernieuwde verbinding met jezelf.

Die theoretische beweging bestond dus al vóór het onderzoek dat ik later binnen de Herstelacademie Haarlem uitvoerde. Wat daar interessant werd, was dat in gesprekken en eerder onderzoek juist herkenning, erkenning en verbinding steeds opnieuw naar voren kwamen. Verbinding leek niet zomaar uit het niets te ontstaan. Mensen beschreven regelmatig eerst een moment waarop zij zichzelf herkenden in het verhaal of de ervaring van iemand anders. Daarna ontstond ruimte voor gezien en gehoord worden, voor het serieuzer nemen van de eigen ervaring en voor het gevoel minder alleen te staan.

Daarmee ontstond een volgende vraag. Een theoretische volgorde kan logisch klinken, maar dat betekent nog niet dat zij ook zichtbaar wordt in ervaringen van mensen in herstel. Als herkenning werkelijk zo’n belangrijke schakel is tussen vervreemding en verbinding, zou daar in onderzoeksgegevens iets van terug te vinden moeten zijn.

Dat werd het vertrekpunt voor mijn onderzoek naar (h)erkenning binnen de Herstelacademie Haarlem.

3. Van praktijkobservatie naar onderzoek

Binnen de Herstelacademie Haarlem kwam in eerder onderzoek naar verbinding en gelijkwaardigheid naar voren dat herkenning en erkenning vaak een belangrijke rol speelden in het ontstaan van verbinding. Mensen herkenden iets van zichzelf in het verhaal of de ervaring van een ander, waarna regelmatig ervaringen volgden als zich gezien of gehoord voelen, meer zelfinzicht en verbondenheid.

Dat sloot opvallend goed aan bij mijn eerdere theoretische model van vervreemding naar verbinding. De vraag werd daardoor of deze begrippen niet alleen theoretisch logisch op elkaar aansloten, maar ook als samenhangende herstelbeweging in de ervaringen van mensen terug te vinden waren.

Daarom heb ik herkenning afzonderlijk onderzocht, met als centrale vraag of er aanwijzingen waren voor samenhang tussen herkenning, erkenning, verbinding en herstelgerichte verandering. Dat onderzoek vormt de belangrijkste empirische basis onder het stijgende middendeel van de huidige herstelgolf naar verbinding.

4. Het onderzoek: is deze beweging terug te vinden?

Om die vraag verder te onderzoeken heb ik binnen de Herstelacademie Haarlem een theoriegestuurd, verkennend onderzoek uitgevoerd. In totaal namen 59 respondenten deel: voornamelijk deelnemers van de Herstelacademie, aangevuld met facilitators, vrijwilligers, gastvrouwen en -heren en andere betrokkenen.

De vragenlijst richtte zich specifiek op momenten van herkenning. Respondenten gaven aan waar die herkenning ontstond, wat hen precies raakte, welke gevoelens daarbij opkwamen en wat er daarna volgens hen veranderde. Ook beoordeelden zij op een schaal van 1 tot 10 hoeveel herkenning had bijgedragen aan hun herstel. Naast gesloten vragen waren er open vragen waarin deelnemers hun ervaringen in eigen woorden konden beschrijven.

Voor de analyse heb ik gekeken naar begrippen die aansloten bij het theoretische model. Erkenning werd onder andere zichtbaar in ervaringen van zich gezien of gehoord voelen en in afname van schaamte. Verbinding werd benaderd via verbondenheid, minder alleen voelen en veranderingen in het contact met anderen. Daarnaast keek ik naar herstelgerichte veranderingen, zoals nieuwe inzichten, meer vertrouwen, meer durven delen, grenzen stellen en het zetten van nieuwe stappen.

De gesloten antwoorden zijn beschrijvend en statistisch geanalyseerd. De open antwoorden zijn daarnaast thematisch onderzocht om te kijken welke patronen deelnemers zelf beschreven. Daardoor kon ik niet alleen nagaan óf herkenning, erkenning en verbinding samen voorkwamen, maar ook beter begrijpen hoe deelnemers de beweging daartussen zelf ervoeren.

Zo ontstond een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens waarmee het centrale gedeelte van het model voor het eerst systematisch kon worden onderzocht.

5. Waarom vervreemding terugkeerde in de herstelgolf

In een eerdere versie van het model gebruikte ik voor de fase vóór herkenning de term projectie. Daarmee bedoelde ik dat iets in de ander eerst kan raken, irriteren of triggeren, voordat duidelijk wordt waarom het zoveel oproept. In het onderzoek waren daar ook enkele aanwijzingen voor: ongeveer 22% van de respondenten noemde irritatie of weerstand in samenhang met herkenning. Ook in de open antwoorden kwamen frictie, blokkade en onbegrip naar voren.

Toch kwam in het onderzoek een bredere beweging veel duidelijker naar voren: vervreemding. Respondenten beschreven herkenning vaak tegen de achtergrond van zich alleen voelen, anders zijn, niet begrepen worden, schaamte, isolement en moeite om de eigen ervaring te plaatsen. Juist doordat iemand iets van zichzelf in een ander herkende, kon die afstand kleiner worden.

Dat sluit aan bij mijn oorspronkelijke theoretische model van vervreemding naar verbinding. Daarin vormt vervreemding het bredere vertrekpunt: een toestand waarin iemand verwijderd kan raken van anderen, maar ook van delen van zichzelf. Herkenning wordt vervolgens het eerste duidelijke omslagpunt waarin die afstand begint af te nemen.

Daarom heb ik in de huidige herstelgolf opnieuw gekozen voor vervreemding als fase vóór herkenning. Projectie verdwijnt daarmee niet als begrip. Het kan nog steeds een van de mechanismen zijn waardoor iets van jezelf eerst via de ander voelbaar wordt. Maar voor de herstelgolf zelf past vervreemding beter bij de bredere beweging die in het onderzoek zichtbaar werd.

De overgang vervreemding → herkenning krijgt daarmee ook een andere betekenis. Het gaat niet alleen om iets in een ander herkennen, maar om het moment waarop iets wat eerder vreemd, geïsoleerd of moeilijk te plaatsen was opnieuw aansluiting begint te krijgen bij jezelf en bij anderen. Dat is het dieptepunt van de golf waaruit de beweging naar verbinding weer kan ontstaan.

6. Herkenning als kantelpunt

De eerste duidelijke uitkomst is dat herkenning een opvallend centrale plaats inneemt in herstel. Van de 59 respondenten gaven 57 aan in de afgelopen tijd meerdere momenten van herkenning te hebben ervaren. Niemand gaf aan helemaal geen herkenning te hebben ervaren. De bijdrage van herkenning aan herstel werd gemiddeld beoordeeld met een 8,55 op een schaal van 1 tot 10.

Ook de manier waarop herkenning ontstond is relevant voor de herstelgolf. De meest genoemde aanleiding was het horen van persoonlijke verhalen van anderen: 72,9% van de respondenten noemde dit als bron van herkenning. Daarnaast werden erkenning of een compliment van een ander en een rakende zin of specifiek woord regelmatig genoemd. Herkenning ontstond daarmee vooral in relationele uitwisseling: iemand hoort of ziet iets bij een ander en merkt dat dit ook iets van zichzelf raakt.

Juist daarin ligt de betekenis van herkenning binnen de herstelgolf. In de fase van vervreemding kan een ervaring nog sterk als individueel, vreemd of moeilijk te plaatsen worden beleefd. Door iets vergelijkbaars bij een ander tegen te komen, verandert dat perspectief. Wat eerst alleen van jezelf leek te zijn, blijkt ook door anderen gekend te worden. De ander wordt daarmee een spiegel waarin een deel van de eigen ervaring opnieuw herkenbaar wordt.

De open antwoorden versterken dat beeld. Respondenten beschreven onder meer het besef niet de enige te zijn, afname van schaamte en zelfstigma en nieuw begrip van hun eigen ervaringen. In 23 open antwoorden kwam expliciet naar voren dat herkenning het gevoel doorbrak alleen, anders of afwijkend te zijn. In 14 antwoorden speelde afname van schaamte of zelfstigma een rol en in 13 antwoorden ontstond nieuw zelfbegrip.

Daarom krijgt herkenning in de herstelgolf een duidelijke positie als kantelpunt. Het is het moment waarop de beweging uit vervreemding weer richting verbinding kan gaan. In de visuele weergave is dit ook het punt waarop de golf na het dieptepunt weer begint te stijgen.

Herkenning is daarbij geen eindpunt. Juist na herkenning worden in het onderzoek twee volgende bewegingen zichtbaar: erkenning en verbinding. Die vormen het verdere stijgende deel van de herstelgolf.

7. Van herkenning naar erkenning en verbinding

Binnen die stijgende lijn vallen twee ervaringen direct op: erkenning en verbinding. Van de respondenten gaf 76,3% aan zich door herkenning gezien of gehoord te voelen. 69,5% noemde verbondenheid. Daarmee behoren juist deze twee ervaringen tot de meest voorkomende gevolgen van herkenning.

Erkenning krijgt daarbij twee betekenissen. Aan de ene kant gaat het om erkenning door de ander: iemand voelt zich gezien, gehoord of begrepen. Aan de andere kant kan herkenning ook leiden tot meer erkenning in jezelf. De eigen ervaring wordt serieuzer genomen, krijgt meer bestaansrecht en hoeft minder als vreemd, beschamend of persoonlijk tekort te worden gezien. In de open antwoorden komt die beweging duidelijk terug in beschrijvingen van afnemende schaamte, normalisering en het beter kunnen begrijpen van de eigen ervaring.

Erkenning en verbinding bleken bovendien sterk met elkaar verweven. Van de 45 respondenten die zich gezien of gehoord voelden, noemden 35 ook verbondenheid. De samenhang tussen beide ervaringen was statistisch significant, χ²(1) = 6,14, p = .013. Het verschil in hoe vaak gezien/gehoord voelen en verbondenheid werden genoemd was juist niet significant. In de ervaring van deelnemers liggen deze processen dus dicht bij elkaar.

Ook de verandering minder alleen voelen springt eruit. Respondenten die aangaven zich door herkenning minder alleen te voelen, beoordeelden de bijdrage van herkenning aan hun herstel gemiddeld met een 9,00. Bij respondenten die deze verandering niet noemden was dat gemiddeld 7,82. Het verschil was statistisch significant en had een grote effectgrootte (Cohen’s d = 1,01).

Daarmee wordt in de gegevens een duidelijke beweging zichtbaar. Iemand herkent iets van zichzelf in een ander, de eigen ervaring krijgt meer erkenning en het gevoel alleen te staan neemt af. Vanuit dat proces kan opnieuw verbondenheid ontstaan.

Voor de herstelgolf is vooral belangrijk dat erkenning en verbinding geen strak gescheiden stappen blijken te zijn. Ze kunnen elkaar snel opvolgen, overlappen of tegelijk ontstaan. Dat past juist bij de keuze om herstel als golf weer te geven. De verschillende fasen geven richting aan de beweging, maar lopen in de praktijk in elkaar over.

Het centrale stijgende deel van de herstelgolf — herkenning → erkenning → verbinding met anderen — is daarmee het gedeelte waarvoor in dit onderzoek de duidelijkste empirische ondersteuning naar voren komt.

Vervreemding
Herkenning
Erkenning
Verbinding
met anderen

Sterkste empirische ondersteuning: herkenning → erkenning → verbinding

8. Van verbinding met anderen naar verbinding met jezelf

Voor verbinding met anderen biedt het onderzoek duidelijke aanknopingspunten. Verbondenheid werd door 69,5% van de respondenten genoemd en de verandering minder alleen voelen kwam sterk naar voren. Daarmee is goed zichtbaar hoe herkenning en erkenning kunnen doorwerken in opnieuw contact ervaren met anderen.

De laatste fase van de herstelgolf, verbinding met jezelf, is in dit onderzoek niet als afzonderlijk begrip gemeten. Wel zijn er verschillende uitkomsten die in die richting wijzen. Respondenten beschreven onder meer nieuw zelfbegrip, meer vertrouwen in zichzelf, het serieuzer nemen van de eigen ervaring, grenzen stellen en beter voor zichzelf zorgen. Ook de afname van schaamte is hier relevant: wanneer een ervaring minder vreemd of beschamend wordt, verandert niet alleen de verhouding tot anderen, maar ook de verhouding tot jezelf.

Juist daarin zie ik een verdere beweging van de herstelgolf. De ander kan eerst als spiegel functioneren: via herkenning en erkenning ontstaat opnieuw verbinding met anderen. Maar wat in dat contact wordt teruggevonden, kan vervolgens ook meer onderdeel worden van het eigen zelfbeeld. Je begrijpt jezelf beter, neemt je eigen ervaringen serieuzer en kunt opnieuw aansluiting ervaren bij wat je voelt, nodig hebt en belangrijk vindt.

In de visuele herstelgolf ligt verbinding met anderen daarom rond het hoogste punt. Bij verbinding met jezelf buigt de golf alweer iets af. Dat betekent niet dat verbinding met jezelf een minder vergaande vorm van herstel is. Het markeert eerder dat de beweging verandert. Vanaf daar raken andere herstelgolven steeds meer aan het proces: bijvoorbeeld rond autonomie, zelfvertrouwen, betekenis of integratie.

Verbinding met jezelf vormt daarmee het einde van deze specifieke golf, maar niet het einde van herstel. Het is juist een punt waarop verschillende herstelbewegingen elkaar weer kunnen gaan raken en versterken.

9. Getuigenis als mogelijke vervolgstap

In het eerdere model stond na verbinding met jezelf nog een fase die ik getuigenis noemde: het moment waarop iemand de eigen ervaring kan inzetten om iets voor een ander te betekenen. Denk aan het delen van het eigen verhaal, vrijwilligerswerk of ervaringsdeskundigheid.

In het onderzoek zijn daar enkele aanwijzingen voor, maar deze fase is slechts beperkt onderzocht. Zo beschreven sommige respondenten dat herkenning uiteindelijk leidde tot meer delen, deelname of het zelf iets betekenen voor anderen.

In de huidige herstelgolf heb ik getuigenis daarom niet als afzonderlijke fase opgenomen. Het is eerder een mogelijke verdere ontwikkeling vanuit herstelde verbinding dan een noodzakelijk onderdeel van de golf zelf.

10. Wat het onderzoek onderbouwt

De onderzoeksresultaten geven vooral ondersteuning aan het centrale stijgende deel van de herstelgolf. Daar wordt de samenhang tussen de verschillende fasen het duidelijkst zichtbaar.

De sterkste empirische aanwijzingen liggen bij:

Herkenning → erkenning → verbinding met anderen

Herkenning werd vrijwel algemeen ervaren en hoog gewaardeerd. Zich gezien of gehoord voelen en verbondenheid behoorden vervolgens tot de meest genoemde ervaringen, en deze twee bleken ook statistisch met elkaar samen te hangen. Daarnaast kwam minder alleen voelen sterk naar voren als herstelgerichte verandering.

Voor de beweging vervreemding → herkenning ligt de ondersteuning vooral in de kwalitatieve resultaten. Respondenten beschreven herkenning regelmatig tegen de achtergrond van eerdere gevoelens van isolement, anders zijn, schaamte, onbegrip en moeite om de eigen ervaring te plaatsen. Herkenning maakte die ervaring meer gedeeld, begrijpelijk en betekenisvol.

De fasen terugtrekking en verbinding met jezelf zijn in dit onderzoek niet afzonderlijk onderzocht. Voor verbinding met jezelf zijn wel verschillende aanwijzingen zichtbaar, zoals nieuw zelfbegrip, meer zelfvertrouwen, afname van schaamte, grenzen stellen en beter voor zichzelf zorgen. Terugtrekking vormt vooral een verdere theoretische uitwerking van de beweging die aan vervreemding vooraf kan gaan.

De belangrijkste opbrengst van het onderzoek zit daarom niet in één afzonderlijke uitkomst, maar in het patroon dat over de verschillende analyses heen zichtbaar wordt: van vervreemding en isolement, via herkenning en erkenning, naar minder alleen voelen en meer verbondenheid.

Voor het centrale deel van de herstelgolf naar verbinding zijn daarmee inmiddels de eerste empirische aanwijzingen gevonden. Tegelijk maakt het onderzoek zichtbaar dat de fasen niet los van elkaar hoeven te staan. Vooral herkenning, erkenning en verbinding kunnen elkaar snel opvolgen, overlappen en wederzijds versterken.

Juist daarom past een golf goed bij wat in de gegevens naar voren komt: geen reeks afgesloten stappen, maar een herkenbare richting waarin verschillende herstelprocessen in elkaar kunnen overvloeien.

11. Lees het volledige onderzoek

In dit artikel heb ik de resultaten uitgelicht die het meest relevant zijn voor de onderbouwing van de herstelgolf naar verbinding. Wie de volledige onderzoeksopzet, analyses, resultaten en discussie wil nalezen, kan het onderzoeksrapport hieronder openen.

Onderzoeksrapport
Toetsing van het Herstelmodel: (H)erkenning
Nicole Geene, 2026
Theoriegestuurd verkennend onderzoek onder 59 respondenten binnen de Herstelacademie Haarlem

Bekijk of download het volledige onderzoeksrapport (PDF)

Denk mee

Wat roept dit perspectief bij je op? Je kunt hieronder je gedachten, ervaringen of aanvullingen delen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *