Herstelgolven — In de praktijk

Belastbaarheid: als hoofd en lichaam op een andere golf zitten

Je hoofd zit al op de volgende golf. Je lichaam nog op de vorige.

Dat is een rare positie om in te zitten, want het zijn wel allebei jouw golven. Je hoofd zit helemaal in de ambitie. In de ideeën, in de creatie, in wat er allemaal kan. Het wil daar het liefst helemaal in doorgaan. En ondertussen zegt je lichaam: ho stop. Ik weet niet waar je allemaal mee bezig bent, maar ik heb rust nodig. Hou op met die verplichtingen op mij te leggen, hou op mij naar al die afspraken te slepen. Ik heb meer slaap nodig, meer tijd om bij te komen, om uit te rusten. Misschien minder onvoorspelbaarheid.

Binnen Herstelgolven is dat op zichzelf niet vreemd. Herstel bestaat niet uit één beweging. Verschillende herstelgolven kunnen tegelijkertijd actief zijn, en ze hoeven niet allemaal even sterk aanwezig te zijn. Je hoofd, je lichaam en je zenuwstelsel herstellen niet in hetzelfde tempo. Soms zit een deel van jou alweer volop in beweging terwijl een ander deel nog rust, veiligheid of tijd nodig heeft. Maar dat het te verklaren is, maakt het nog niet makkelijk om mee te leven.

Je hoofd wil alweer vooruit

Als je wat verder bent in je herstel, kan je hoofd alweer vol zitten met ideeën. Je wilt dingen maken, plannen uitvoeren, werken, mensen ontmoeten, iets opbouwen. Er is weer ruimte om vooruit te kijken, en die ruimte vult zich vaak sneller dan je verwacht. Ambitie, creativiteit en levenslust komen zelden voorzichtig terug.

Dat betekent alleen niet dat je lichaam of je zenuwstelsel al net zo ver is. Je lichaam kan ondertussen veel sterker op een golf van veiligheid en rust zitten. Het kan meer slaap nodig hebben, minder afspraken, minder prikkels, meer voorspelbaarheid, meer tijd om tussendoor bij te komen. Je hoofd denkt: eindelijk, ik kan weer. Je lichaam zegt: niet zo snel.

En uiteindelijk is het vaak toch het traagste gedeelte dat bepaalt welk tempo je als geheel aankunt. Als je vooral kijkt naar het deel dat het snelst vooruit wil, kun je daardoor een verkeerd beeld krijgen van waar je in je herstel staat. Je hoofd kan al helemaal boven op die nieuwe golf zitten, terwijl je lichaam nog bezig is met bijkomen van de vorige.

Hoe merk je dat je lichaam nog niet zover is?

Dat hoeft niet meteen duidelijk te zijn. Juist wanneer je hoofd vol energie zit, kun je lichamelijke signalen gemakkelijk missen, of pas achteraf begrijpen wat je gemerkt hebt.

Je kunt bijvoorbeeld merken dat je slechter gaat slapen wanneer je meer doet. Dat je na een afspraak veel langer moet bijkomen dan je had verwacht. Dat je gespannener wordt, sneller overprikkeld raakt, meer lichamelijke klachten krijgt. Pijn, hartkloppingen, vermoeidheid, andere signalen die vooral opspelen wanneer de belasting toeneemt.

Soms zit het niet eens in één duidelijke klacht. Je merkt vooral dat alles meer moeite begint te kosten. Dat je minder reserve hebt, sneller uit evenwicht raakt, of dat je na iets wat op zichzelf best leuk was toch een flinke hersteltijd nodig hebt. Dat kunnen aanwijzingen zijn dat je hoofd alweer verder vooruit is dan je lichaam.

Energie is niet hetzelfde als belastbaarheid

Dat verschil wordt scherper wanneer je onderscheid maakt tussen energie en belastbaarheid.

Energie gaat over zin hebben, ideeën krijgen, nieuwsgierig zijn, ergens enthousiast van worden, de behoefte voelen om weer dingen te ondernemen. Daar kun je tijdens herstel ineens ontzettend veel van hebben. Belastbaarheid gaat over iets anders: hoeveel belasting je lichaam en zenuwstelsel op dit moment kunnen verwerken zonder dat je daarna langdurig moet herstellen of je klachten duidelijk toenemen. Daar horen niet alleen de activiteiten zelf bij, maar ook het reizen ernaartoe, de prikkels, de tijdsdruk, de sociale inspanning, de onverwachte veranderingen en alles wat er verder omheen gebeurt.

Je kunt dus heel veel energie hebben en tegelijkertijd nog maar weinig belastbaar zijn. Hoeveel energie je voelt, vertelt niet automatisch hoeveel belasting je aankunt.

Het is niet eerlijk verdeeld

Als ik het zo vertel, zijn de meeste mensen het er wel mee eens. Ja, het is goed om naar je lichaam te luisteren. Ja, het is goed om rustig aan te doen. In theorie is het makkelijk te begrijpen. Maar als het jezelf overkomt — dat je echt dacht: het ging wel, ik heb toch die energie, ik kan dit toch — en het blijkt niet zo te zijn, dan komt dat onverwacht en is het moeilijk om mee om te gaan.

Want als je bruist van de ideeën, voelt het bijna onlogisch dat je lichaam grenzen stelt. Misschien denk je: ik doe toch helemaal niet zoveel? Ik heb maar één afspraak gehad. Ik ben niet eens laat naar bed gegaan. Andere mensen doen dit iedere dag. Dan kan het moeilijk zijn om te geloven dat je belastbaarheid werkelijk zo laag ligt, en ga je misschien zelfs twijfelen of je je aanstelt.

Maar de grens die je tijdens herstel hebt, hoeft niet overeen te komen met de grens waarvan jij vindt dat je hem zou moeten hebben. Het is ook allemaal niet eerlijk verdeeld. Misschien is het helemaal niet zo dat jij enorm ver over je grenzen bent gegaan, dat je de nacht door bent gegaan, dat je dagen niet aan jezelf hebt gedacht, dat je hebt lopen rennen of vliegen. Misschien heb je dat helemaal niet gedaan. Misschien heb je al ontzettend veel aangepast en is het toch nog te veel. Dat is hartstikke oneerlijk en hartstikke frustrerend, en het is wel iets waar je tijdens herstel mee moet dealen.

Kijk vooral naar patronen

Een los lichamelijk signaal vertelt meestal niet het hele verhaal. Interessanter zijn de patronen die over een langere periode zichtbaar worden. Komen bepaalde klachten steeds vaker terug wanneer je agenda voller raakt? Slaap je slechter wanneer er meer afspraken of meer onvoorspelbaarheid zijn? Heb je structureel langer nodig om bij te komen dan je vooraf verwacht? Merk je dat verschillende kleine signalen tegelijk beginnen toe te nemen wanneer je meer gaat doen?

Ook zo’n patroon hoeft niet iedere dag hetzelfde te zijn. Herstel beweegt zelf ook in golven. De ene week kun je meer verdragen dan de andere, en soms gaat iets een paar keer goed voordat je ineens merkt dat het toch te veel wordt. Het gaat dus niet om het vinden van één harde grens, maar om het herkennen van de grotere beweging. Wanneer gaat het omhoog, wanneer zakt het weer, wat gebeurde er in de dagen ervoor, welke omstandigheden lijken verschil te maken.

En daarnaast bestaat er gewoon pech. Iedereen heeft wel eens wat. Niet ieder pijntje, iedere slechte nacht of iedere lichamelijke klacht betekent dat je herstel niet goed gaat. Juist daarom zijn die grotere patronen belangrijker dan één los moment.

De golf onder de golf

Soms is de behoefte van je lichaam wel aanwezig, maar krijgt die weinig aandacht.

Aan de oppervlakte loopt dan een enorme golf van ambitie en creatie. Je bent bezig, je krijgt ideeën, je wilt verder. Dat is wat je het sterkst voelt en waar je aandacht steeds naartoe gaat. Maar daaronder beweegt tegelijkertijd een andere golf: behoefte aan rust, veiligheid, slaap, voorspelbaarheid. Wanneer je die signalen steeds opzijschuift, kan die behoefte steeds verder in de onderstroom terechtkomen. Niet omdat de golf verdwenen is, maar omdat je hem minder bewust meeneemt in wat je doet.

Dat kan lang best goed lijken te gaan. Je voelt je enthousiast en functioneert misschien zelfs prima. Maar signalen die langere tijd weinig ruimte krijgen, kunnen later veel nadrukkelijker naar boven komen. Wat eerst wat vermoeidheid was, kan ineens een grotere terugslag worden. Wat eerst lichte spanning was, kan opeens moeilijk meer te negeren zijn. Zoiets kan terugvuren naar jezelf.

Juist daarom kan het helpen om af en toe bewust stil te staan bij wat er onder de meest zichtbare herstelgolf gebeurt. Niet alleen: waar heb ik zin in en waar wil ik naartoe. Maar ook: wat merk ik eigenlijk aan mijn lichaam, waar zit spanning, waar zit vermoeidheid, waar verlang ik misschien naar zonder daar veel aandacht aan te geven.

Meditatie kan een manier zijn om daar ruimte voor te maken, maar er zijn veel meer mogelijkheden. Wandelen zonder afleiding, rustig zitten, schrijven, lichaamsgerichte oefeningen, of simpelweg even niets hoeven. Soms ontdek je dan dat je hoofd al op een heel andere golf surft dan je lichaam.

Ruimte maken voor allebei

Ruimte maken begint bij het zien. Zolang je alleen de golf voelt die het hardst roept, kun je er niets mee. Als je merkt dat je hoofd en je lichaam op verschillende golven zitten, is dat op zichzelf al iets.

En het hoeft niet het een of het ander te zijn. Een dag rust betekent niet terug bij af. Je bent niets kwijt, je hebt niets ingehaald hoeven worden. Het betekent soms wel prioriteiten stellen. Grenzen bewaken. Soms je eigen flow moeten onderbreken, precies op het moment dat het loopt, hoe jammer dat ook is. Dat is geen kleine prijs. Wie in de ambitie zit weet hoe zeldzaam zo’n moment kan voelen en hoe moeilijk het is om er zelf een streep door te zetten.

Probeer daarin de grotere golven te blijven zien. Wat vandaag voelt als iets afbreken, is van een afstand vaak gewoon één beweging in iets wat langer doorloopt. Als je die grotere beweging voor ogen houdt, kom je makkelijker door het moment heen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *