Herstelgolven — persoonlijk verhaal

Van verbergen naar weer zichtbaar worden

De golf van zelfvertrouwen

Robert (51) raakte tijdens zijn ziekte niet alleen zijn werk kwijt, maar langzaam ook het vertrouwen dat hij nog iets te bieden had. Juist door kleine dingen weer af te maken, begon dat vertrouwen terug te komen.

Vroeger dacht ik eigenlijk nooit over mijn zelfvertrouwen na. Ik weet ook niet meer precies hoeveel ik ervan had. Waarschijnlijk gewoon gemiddeld. Soms misschien wat minder dan goed voor me was. Achteraf zijn er best dingen waarvan ik denk: daar had ik misschien meer uit kunnen halen.

Maar het was geen thema. Ik deed het redelijk goed op school, had werk, een relatie, een leven. Ik hoefde mezelf niet voortdurend af te vragen of ik wel genoeg was.

Dat veranderde toen ik ziek werd.

Steeds meer kwijtraken

Eerst ging mijn werk steeds moeilijker. Daarna viel het helemaal weg. Mijn relatie liep stuk. En ineens zat ik thuis.

Dat vond ik misschien nog wel het moeilijkste. Niet alleen omdat ik mijn werk kwijt was, maar omdat ik blijkbaar een groot deel van mijn gevoel van waarde eraan had ontleend zonder dat ik dat ooit doorhad. Als iemand vroeger vroeg wat ik deed, kon ik gewoon vertellen over mijn werk. Nu wist ik niet eens meer goed wat ik moest zeggen.

Daar kwam bij dat mijn herstel veel langer duurde dan ik zelf vond dat het mocht duren. Ik dacht steeds: hier had ik toch allang overheen moeten zijn?

Van buiten was bovendien weinig aan mij te zien. Soms kreeg ik opmerkingen als: je ziet er toch goed uit? Of: zou een beetje werken niet juist goed voor je zijn?

Langzaam begon ik mezelf ook door die ogen te bekijken. Misschien stelde ik me inderdaad aan. Misschien moest ik gewoon harder mijn best doen. Misschien was er helemaal geen goede reden waarom ik thuis zat.

Liever verdwijnen

Toen ik uiteindelijk weer wilde gaan werken, bleek dat ook niet eenvoudig. Ik had inmiddels een gat op mijn cv. Sollicitaties leverden afwijzingen op, of helemaal geen reactie. Ik voelde dat ik steeds verder van de gewone wereld af kwam te staan.

Zelfs kleine dingen gingen me raken. Een buurman die vroeg of ik nog steeds niet werkte. Iemand die verbaasd keek als ik vertelde dat ik overdag thuis was.

Waarschijnlijk bedoelden die mensen er niet eens altijd iets mee. Maar ik hoorde er telkens dezelfde boodschap in:

Jij doet niet meer mee.

Op een gegeven moment wilde ik me het liefst verbergen. Niet solliciteren. Niet vertellen wat ik deed. Niet te veel mensen tegenkomen. Als niemand me zag, hoefde ik mezelf ook niet uit te leggen.

Een blauw-wit vogeltje

Het herstel van mijn zelfvertrouwen begon niet met een nieuwe baan.

Het begon met een heel klein houten vogeltje.

Bij een activiteitencentrum mocht ik iets uitzoeken om te beschilderen. Ik koos een vogeltje en schilderde het blauw en wit. Meer was het niet. Maar ik maakte het af.

Ik weet nog dat ik ernaar keek en dacht: hé, dit heb ik gemaakt.

Dat klinkt bijna belachelijk klein als ik het nu vertel. Inmiddels doe ik veel meer. Maar als ik terugdenk aan dat vogeltje, kan ik er nog steeds emotioneel van worden. Want het was de eerste keer in lange tijd dat ik weer iets had voltooid.

Het stelde voor een ander misschien niets voor. Voor mij was het bewijs dat ik nog iets kon.

Een plek waar niets hoefde

Rond dezelfde tijd kwam ik terecht bij een herstelacademie. Daar ontmoette ik mensen die ook periodes hadden gehad waarin het leven niet liep zoals het hoorde te lopen.

Dat hielp enorm. Ik hoefde er niet uit te leggen waarom ik nog geen baan had. Niemand vroeg wanneer ik weer volledig de oude zou zijn. Ik hoefde niet te presteren om erbij te mogen horen.

Ik mocht er gewoon zijn.

Juist daardoor begon er langzaam weer iets te bewegen. Ik volgde een cursus over zelfbeeld, ging vaker naar activiteiten en begon meer dingen te maken. Eerst heel voorzichtig, daarna steeds iets meer.

Niet door iets groots te bewijzen

Lang heb ik gedacht dat mijn zelfvertrouwen pas echt terug zou zijn als ik weer een betaalde baan had. Nu geloof ik dat niet meer.

Het kwam terug doordat ik tientallen kleine ervaringen kreeg waarin ik merkte: ik kan iets. Ik maak iets af. Ik kom opdagen. Ik kan iemand helpen. Mensen vinden het leuk als ik er ben.

En soms maak ik zelfs iets waar iemand anders geld voor wil betalen. Dat laatste had ik vroeger trouwens nooit durven dromen. Inmiddels verkoop ik af en toe dingen die ik zelf maak.

Grappig genoeg durf ik nu op sommige gebieden meer dan voordat ik ziek werd.

De golf gaat omhoog

Het gaat niet iedere dag goed. Soms heb ik nog een dag waarop alles weer kleiner voelt. Dan twijfel ik aan mezelf en denk ik ineens dat ik nauwelijks vooruit ben gegaan.

Maar dat duurt meestal niet meer zo lang. Als ik verder uitzoom, zie ik iets anders.

Mijn golf beweegt omhoog. Niet in één rechte lijn, maar wel heel duidelijk.

Ik verstop me niet meer voor de wereld. Mijn ogen staan weer anders. Ik durf te vertellen waar ik mee bezig ben. In mijn vrijwilligerswerk merk ik dat ik iets voor anderen kan betekenen.

En misschien nog belangrijker: mijn gevoel van eigenwaarde hangt minder af van de vraag of iemand mij succesvol vindt. Ik hoef niet eerst iets groots te bereiken om te mogen denken dat ik ertoe doe.

Tijd voor een andere golf

Toen ik naar mijn eigen herstelgolven keek, realiseerde ik me onlangs dat er iets veranderd is. Mijn zelfvertrouwen voelt voor het eerst sinds lange tijd redelijk rustig. Niet enorm hoog. Gewoon stevig genoeg.

Daardoor ontstaat er ruimte voor iets anders. Ik merk dat ik steeds meer behoefte krijg aan mensen. Aan samen dingen doen, nieuwe contacten maken en mezelf ook echt laten kennen.

Een paar jaar geleden wilde ik vooral verdwijnen. Nu wil ik weer naar buiten.

Misschien is dat wel hoe herstel voor mij werkt. Eerst moest ik opnieuw ontdekken dat ik zelf nog bestond. Nu kan ik van daaruit weer verbinding maken met de wereld.

En ja, het gaat allemaal langzamer dan ik ooit had gewild. Maar als ik kijk naar waar ik vandaan kom, ben ik eigenlijk ontzettend tevreden met hoe ver mijn golf me inmiddels heeft gebracht.