Herstelgolven — Verdieping

De vergeten beweging in de psyche

Ken je het woord voor het tegenovergestelde van een afweermechanisme? Waarschijnlijk niet. Terwijl bijna iedereen weleens gehoord heeft van ontkenning, verdringing of dissociatie, bestaat er nauwelijks een gangbare term voor de andere kant: het moment waarop de psyche zich niet afsluit, maar juist weer opent.

Wat we allang weten over afweer

Al decennia lang brengt de psychologie in kaart hoe de mens zichzelf beschermt tegen wat te veel is. Sigmund Freud en Anna Freud beschreven het uitgebreid: ontkenning, verdringing, splitsing, dissociatie, isolatie van affect. Mechanismen die spanning verlagen, die een waarheid buiten houden zolang die nog niet te dragen is. Dit werk is invloedrijk geworden, en niet zonder reden. Het raakt aan iets herkenbaars. Iedereen kent het gevoel van jezelf afsluiten wanneer iets te groot voelt om toe te laten.

Wat een afweermechanisme feitelijk doet, is grotendeels onbewust regelen hoeveel er binnenkomt. Op het moment dat een gedachte, een gevoel of een waarheid te bedreigend is om rechtstreeks te verdragen, zorgt de psyche er zonder dat je het zelf merkt voor dat die druk wordt afgeremd of buitengehouden. Dat is geen zwakte. Het is een vorm van regulatie, bedoeld om je overeind te houden op het moment dat de werkelijkheid nog te veel is.

Maar diezelfde regulatie werkt twee kanten op. Zodra het water rustiger wordt, zodra er weer wat lucht is of de dingen even meezitten, is die extra bescherming niet langer nodig. En dan lijkt er iets anders op gang te komen. Niet omdat iemand dat bewust beslist, maar omdat het systeem zelf merkt dat het weer kan: er ontstaat ruimte om je weer open te stellen. Naar de wereld, naar jezelf, naar wat eerder buitengesloten moest blijven.

We hebben uitgebreid in kaart gebracht hoe de psyche zich terugtrekt. We hebben veel minder aandacht besteed aan hoe diezelfde psyche zich ook weer opent.

De beweging die ontbreekt

Ik zie het steeds opnieuw, bij mezelf en bij anderen. Op het moment dat er weer wat ruimte ontstaat, wanneer de druk even afneemt of er eindelijk voldoende veiligheid is opgebouwd, gebeurt er iets. Gevoelens die lang op afstand stonden, komen weer dichterbij. Een gebeurtenis die alleen nog als koud feit bestond, krijgt ineens weer gewicht. Een oordeel dat ooit hard en definitief was, maakt plaats voor iets genuanceerders. Delen van onszelf die we hadden weggestopt, durven we weer te laten zien.

Dit is niet iets wat alleen in een therapieruimte gebeurt, onder begeleiding van een deskundige die precies weet welke techniek op welk moment moet worden ingezet. Het gebeurt ook thuis, onderweg, in een gesprek met een vriend, midden in een gewone dinsdag. Het gebeurt wanneer het systeem zelf, van binnenuit, de stap durft te zetten.

Toch heeft deze beweging nauwelijks een naam. Terwijl we uitgebreide overzichten hebben van afweermechanismen, met theorieën, classificaties en klinische toepassingen, blijft de tegenbeweging grotendeels onbenoemd. Ik vind dat een gemiste kans. Want als we alleen kijken naar hoe de psyche zich sluit, missen we de helft van het verhaal. We missen hoe ze zich ook weer opent.

Een ingebouwde neiging, geen therapeutische truc

De gangbare aanname is vaak dat integratie iets is wat je doet. Een vaardigheid die je aanleert, een techniek die een behandelaar toepast, een resultaat dat je met de juiste interventie kunt afdwingen. Ik denk dat dit maar een deel van de waarheid is.

Net zoals de mens een ingebouwde neiging heeft om spanning te vermijden en zichzelf te beschermen tegen wat te veel is, denk ik dat de mens net zo goed een ingebouwde neiging heeft om integratie en complexiteit juist weer op te zoeken. Niet omdat het van buitenaf wordt opgelegd, maar omdat het bij het systeem zelf hoort. Zodra de interne capaciteit er weer is, zodra er voldoende stevigheid en ruimte is, lijkt de psyche zelf de beweging naar heelheid te willen maken.

Gevoelens koppelen zich vanzelf weer aan de gebeurtenissen waar ze bij horen. Nuances dienen zich weer aan waar eerst alleen zwart-wit bestond. Onderdrukte thema’s komen naar boven, niet omdat iemand ze eruit heeft getrokken, maar omdat er kennelijk weer ruimte voor was.

Dat betekent niet dat dit altijd gebeurt, of bij iedereen op dezelfde manier. Het is geen wetmatigheid waar je op kunt rekenen zoals je op zwaartekracht kunt rekenen. Het is een tendens, een richting waarin het systeem geneigd is te bewegen wanneer de omstandigheden dat toelaten. Bij de een gaat dat sneller dan bij de ander. Bij de een blijft het jarenlang uit, bij de ander gebeurt het bijna vanzelf. En je hebt er zelf ook invloed op: hoeveel ruimte je jezelf geeft, welke keuzes je maakt, maken verschil in hoe die neiging zich kan ontvouwen. Maar de aanwezigheid van deze neiging, hoe wisselend ook, verdient volgens mij evenveel aandacht als de afweer die er vaak eerst aan voorafgaat.

Waarom noemen we dit afweer, en niet bouwsteen?

Er is een vraag die ik mezelf steeds weer stel. Freud en Anna Freud beschreven mechanismen als splitsing, dissociatie en isolatie van affect als afweer. Als iets wat de psyche inzet om zichzelf te beschermen tegen de buitenwereld, of tegen een innerlijke waarheid die nog niet gedragen kan worden. Dat klopt ook. Maar waarom noemen we het dan niet net zo goed een bouwsteen? Een eigenschap van de menselijke geest, die zich op het ene moment uit als bescherming, en op een ander moment weer kan worden losgelaten zodra die bescherming niet langer nodig is?

Ik denk dat het antwoord iets zegt over waar de aandacht van de klassieke psychologie vooral naar uitging: naar wat er misgaat, naar symptomen, naar wat behandeld moet worden. Minder naar de veerkracht die er onder die symptomen ligt, en naar de beweging die vanzelf op gang komt zodra het systeem er klaar voor is.

Integratiemechanismen: een naam voor de beweging

Voor deze tegenbeweging gebruik ik voortaan de term integratiemechanismen. Niet omdat dit een gevestigd begrip is binnen de psychologie — dat is het niet — maar omdat het precies benoemt wat er gebeurt: niet het uiteenhalen dat afweer kenmerkt, maar het weer samenbrengen van wat eerder gescheiden moest blijven.

Dat deze term intuïtief aanvoelt in geen toeval. Binnen de psychodynamische theorie bestaat al het begrip structurele integratie: hoe samenhangend iemands identiteit en innerlijke wereld zijn georganiseerd. Integratiemechanismen sluit op die gedachte aan, en voegt er de beweging aan toe: niet alleen hoe geïntegreerd iemand is, maar hoe die integratie kan toenemen.

De beweging onder de golven

Deze integratiemechanismen zijn niet los te zien van waar Herstelgolven over gaat. Herstel is breder en groter dan dit ene mechanisme — het gaat over verbinding, heelheid en regie in de volle breedte van een leven. Maar onder die golven ligt vaak precies deze beweging: het systeem dat, zodra het kan, zichzelf weer samenbrengt. Integratiemechanismen zijn daarmee niet een aparte theorie naast Herstelgolven, maar een van de onderliggende krachten die de golven zelf mogelijk maken.

De psyche is niet alleen een systeem dat zichzelf beschermt. Het is net zo goed een systeem dat, zodra het kan, zichzelf weer wil samenbrengen.

Dat is de beweging die ik integratiemechanismen noem. Niet iets wat je moet forceren, maar iets wat er al is, wachtend op de ruimte om zich te laten zien. Je kende het woord voor het tegenovergestelde van een afweermechanisme misschien nog niet toen je begon met lezen. Nu wel.

Vragen die dit oproept

Als je dit aandachtig hebt gelezen, hoop ik dat er een aantal vragen bij je zijn opgekomen. Bijvoorbeeld: hoe verhouden deze integratiemechanismen zich tot Herstelgolven? En hoe zit het met afweermechanismen die minder primair zijn, en in veel gevallen eigenlijk best wel zinvol: zoals humor, sublimatie en intellectualisatie?

Deze (en meer) vragen beantwoord ik in de rest van de reeks.

Denk mee

Wat roept dit perspectief bij je op? Je kunt hieronder je gedachten, ervaringen of aanvullingen delen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *