Jarenlang ging het om één ding: overeind blijven, niet vallen en opkrabbelen voordat de volgende golf kwam. Daar draaide alles om.
Het was de verkeerde vraag. De vraag was niet hoe ik overeind bleef, maar waar die golven vandaan kwamen.
De golven kwamen niet zomaar van de horizon en ze kwamen niet van het weer. Ze kwamen van onderaf, uit iets dat al die tijd onder mij meezwom en dat ik nooit had meegerekend.
Er zwom iets onder mijn plank. Iets groots, dat af en toe zo dichtbij kwam dat het hele oppervlak openbrak. Geen dier dat van buiten mijn zee was binnengedrongen, maar iets dat bij mij hoorde, hoe hard ik ook deed alsof dat niet zo was.
Ik ben niet alleen de surfer. Ik ben ook de walvis. Hij bracht het water in beweging, duwde mij uit koers en probeerde bij iedere passage hetzelfde duidelijk te maken: ik hoor ook bij jou.

Soms zonk hij dieper weg en werd het water vlak. Dan dacht ik dat het voorbij was, tot hij opnieuw onder mijn plank door trok en het hele oppervlak weer openbrak. Pas toen hij me een keer echt omvergooide, had ik het lef om te kijken wat daar onder mij zwom.
Zodra ik hem niet langer hoefde te ontkennen, veranderde de verhouding. Ik hoefde niet meer tegen zijn beweging in te surfen. Zijn kracht kon meedoen met de mijne.
Ik kom hoger uit het water dan eerst en ik kijk verder. Ik ben groter geworden, weerbaarder en vrijer. Alleen kijken de andere surfers me sindsdien wat vreemd aan. Ik ben daar niet meer gewoon, maar ik ben wel meer mezelf.
Dit is mijn metafoor. De theorie waar ik op voortbouw is van Kazimierz Dąbrowski.
Wanneer de walvis golven maakt
Een surfer kijkt naar de golven. Dąbrowski zou zeggen: kijk ook eens onder water, naar de onderstroom.
Want zolang je alleen naar het oppervlak kijkt, is een golf iets wat je overkomt. Iets van buiten, iets van het weer, iets waar je beter mee moet leren omgaan. Maar een golf ontstaat ergens. En soms ontstaat hij vlak onder je eigen plank.
Dąbrowski beschrijft hoe een bestaande, aangepaste manier van jezelf organiseren kan gaan botsen met waarden, gevoeligheden en mogelijkheden die ook in jou aanwezig zijn. Die innerlijke tegenstrijdigheden ziet hij niet alleen als een storing, maar als iets wat een rol kan spelen in verdere ontwikkeling.
De innerlijke conflicten van Dąbrowski zijn in Herstelgolven geen abstracte tegenstrijdigheden. Het zijn golven die ontstaan wanneer wat onder water in beweging is niet langer past bij de manier waarop je boven water leeft.
Dat kan heel klein en gewoon beginnen. Je stemt in een overleg in met iets waar je het eigenlijk niet mee eens bent, precies zoals je dat altijd deed, en deze keer blijft het de hele avond aan je knagen. Je doet een toezegging die logisch is en waar iedereen tevreden mee is, maar onderweg naar huis voelt het alsof je iets van jezelf hebt weggegeven. Het gaat niet om die ene situatie. Het gaat erom dat het antwoord dat altijd vanzelfsprekend was, dat ineens niet meer is.
De ene kracht in jou duwt deze kant op, de andere precies de andere kant. Golven kruisen elkaar, versterken elkaar of slaan tegen elkaar in. Het rustige oppervlak waarop je altijd dacht te leven verandert in een woelige zee.
En dan is de vraag niet langer hoe je beter overeind blijft. De vraag wordt waarom je zee zo onrustig is geworden.
Wat Dąbrowski zegt
Kazimierz Dąbrowski was een Poolse psychiater en psycholoog. Zijn theorie van de positieve desintegratie draait om een opvallende omkering: psychisch uiteenvallen is niet automatisch een teken dat ontwikkeling verkeerd gaat. Het kan juist een voorwaarde zijn voor verdere ontwikkeling.
Hij beschrijft eerst een vorm van integratie waarin iemand als een redelijk samenhangend geheel functioneert. De surfer ligt behoorlijk stabiel op zijn plank. Alleen wordt die stabiliteit nog sterk bepaald door aanleg, opvoeding, omgeving en sociale normen. Je weet ongeveer hoe het hoort, je hebt geleerd je daaraan aan te passen en zolang de zee meewerkt gaat dat goed.
Daarmee is nog niet gezegd dat de manier waarop je leeft werkelijk georganiseerd is rond waarden die je zelf hebt gekozen. Op een gegeven moment kan die bestaande ordening uit elkaar beginnen te vallen. Dat is de desintegratie: dingen die vanzelfsprekend waren zijn dat niet meer, je twijfelt aan je eigen gedrag, aan de waarden waarmee je bent opgegroeid en aan de manier waarop je je leven hebt ingericht.
De zee krijgt diepte
Hier gebeurt in Dąbrowski’s theorie iets wat ik mooi vind. De wereld krijgt een dimensie erbij.
Eerst kijk je vooral horizontaal: naar wat anderen doen, wat normaal is, welke kant je op hoort te gaan en hoe je tussen de andere surfers overeind blijft. Verschillende mogelijkheden kunnen naast elkaar bestaan zonder dat duidelijk is welke richting werkelijk van jou is. Dąbrowski spreekt hier over eenniveaudesintegratie.
Bij verdere ontwikkeling verschijnt de verticale dimensie. Je kijkt niet alleen meer naar wat doe ik?, maar ook naar wat vind ik daarvan? Niet alleen naar wat er van je wordt verwacht, maar naar wat jij werkelijk belangrijk vindt. Niet alleen naar wie je geworden bent, maar naar wie je zou willen worden.
Daarmee worden verschillen in jezelf zichtbaar. Wat eerst één vanzelfsprekende identiteit leek, blijkt te bestaan uit verschillende waarden, verlangens en krachten die niet allemaal dezelfde kant op willen. Dąbrowski noemt dat meerniveaudesintegratie. Er ontstaat niet alleen conflict, maar ook onderscheid tussen wat meer en minder past bij de persoon die je wilt worden.

De zee krijgt diepte. Je kijkt niet alleen meer naar waar je heen gaat, maar ook naar wat er onder je beweegt en welke richting werkelijk bij je past.
Dat tweede volgt niet automatisch op het eerste. Mensen kunnen in de eerste chaos blijven steken, terugvallen op hun eerdere manier van functioneren of verder ontwikkelen. Positieve desintegratie betekent dus niet dat iedere crisis groei is.
De krachten die het proces voortduwen
Dąbrowski noemt de psychische krachten die dit proces aandrijven dynamismen. Daaronder vallen bijvoorbeeld onvrede met jezelf, het vermogen jezelf van een afstand te bekijken en te beoordelen, en wat hij positieve desaanpassing noemt: bewust niet meer meegaan met iets wat normaal wordt gevonden wanneer dat botst met waarden die voor jou belangrijker zijn geworden.
Een ander belangrijk begrip is de derde factor. Daarmee bedoelt Dąbrowski het steeds autonomere vermogen om zelf te kiezen wat je in jezelf wilt ontwikkelen en wat je niet langer leidend wilt laten zijn. Niet alleen je biologische impulsen bepalen dan de richting en ook niet alleen de verwachtingen van je omgeving. Je begint zelf te kiezen.
Die dynamismen zijn niet hetzelfde als wat ik binnen Herstelgolven afweermechanismen en integratiemechanismen noem, maar ik herken er wel een verwante beweging in. Psychische krachten kunnen iets ontregelen, onderscheid zichtbaar maken, richting geven en uiteindelijk nieuwe samenhang mogelijk maken.
Een sterke onderstroom
Dąbrowski dacht ook dat niet iedereen met hetzelfde ontwikkelingspotentieel het leven ingaat. Bij sommige mensen is er meer intensiteit, meer gevoeligheid, meer verbeelding, meer innerlijke beweging en meer mogelijkheid tot verdere ontwikkeling.
Een onderdeel daarvan zijn wat hij overexcitabilities noemde. Dat wordt vaak vertaald als overprikkelbaarheden, maar Dąbrowski bedoelde meer dan alleen snel overprikkeld raken. Het gaat om een intensere manier van reageren op de wereld. Hij onderscheidde vijf vormen: psychomotorisch, zintuiglijk, intellectueel, verbeeldend en emotioneel.
Sommige mensen denken, voelen en verbeelden intenser en reageren sterker op wat ze om zich heen waarnemen. In de taal van Herstelgolven zou ik zeggen: sommige mensen hebben een sterkere onderstroom. Daar beweegt meer en daardoor kan het water ook onrustiger worden. Dat een sterk ontwikkelingspotentieel samen kan gaan met innerlijke conflicten en persoonlijke crises is in die zin niet vreemd.
En uiteindelijk: opnieuw integreren
Desintegratie is bij Dąbrowski niet het eindpunt. Na het uiteenvallen kan iets nieuws ontstaan: een nieuwe integratie waarin je persoonlijkheid niet meer voornamelijk georganiseerd is rond aanpassing, maar steeds sterker rond een eigen waardenhiërarchie.
Je weet beter wie je wilt zijn, wat je belangrijk vindt, welke eigenschappen je wilt ontwikkelen en welke patronen niet langer bij je passen. Dąbrowski noemt dat uiteindelijk secundaire integratie. Dat betekent niet terugkeren naar het rustige water van vroeger, maar toegroeien naar een ordening die sterker van jou is: complexer, bewuster en authentieker.
Integratie betekent niet terugkeren naar het oude wateroppervlak. De diepte hoort voortaan bij het geheel.
Wat Dąbrowski toevoegt aan Herstelgolven
Positieve desintegratie raakt sterk aan mijn herstelgolf naar heelheid en integratie. Binnen Herstelgolven beschrijf ik hoe delen van ervaringen, emoties of behoeften kunnen worden afgekoppeld wanneer ze op dat moment te moeilijk zijn om volledig mee te nemen. Iets verdwijnt onder het wateroppervlak, niet omdat het werkelijk verdwenen is, maar omdat je op dat moment niet anders kon.
Wat onder water ligt, kan beweging blijven veroorzaken: rimpelingen, golven en soms overspoeling. Integratie betekent dat iets wat eerder niet meegenomen kon worden opnieuw onderdeel mag worden van het geheel.
Zo heb ik de onderstroom tot nu toe vooral beschreven als de plek waar terechtkomt wat ooit te veel was. Dąbrowski brengt mij op een tweede mogelijkheid.
Er ligt nog iets anders in de onderstroom
Dąbrowski spreekt niet letterlijk over afgesplitste delen die onder water liggen. Zijn theorie zegt iets anders: wat jij geworden bent, hoeft niet samen te vallen met wat er in jou tot ontwikkeling kan komen.
Daar ga ik binnen Herstelgolven een stap verder mee. In de onderstroom liggen niet alleen ervaringen, gevoelens of behoeften die ooit zijn afgekoppeld omdat ze te moeilijk waren. Daar kunnen zich ook eigenschappen, waarden en mogelijkheden bevinden die binnen de aangepaste organisatie van jezelf nooit voldoende boven water zijn gekomen.
Niet omdat ze beschadigd zijn, maar omdat er in de versie van jou die zich aanpaste onvoldoende plaats voor was. De onderstroom draagt dan niet alleen verborgen ballast. Hij draagt ook verborgen potentie.
De walvis was er al
Daar krijgt de walvis uit het begin zijn volledige betekenis. Hij is niet alleen een gewond deel dat ooit onder water is verdwenen. Hij kan ook staan voor iets dat al veel langer aanwezig was, maar nooit voldoende ruimte kreeg om volledig boven water te verschijnen.
Dat kan een gevoeligheid zijn, een manier van denken, een behoefte aan vrijheid, een waarde die je diep van binnen belangrijk vindt, creativiteit, intensiteit, ambitie of een manier van leven die veel beter bij je zou passen. Boven water leefde ondertussen een versie van jou die zich had aangepast aan wat mogelijk, gewenst of normaal leek. De surfer deed zijn best, maar de walvis bleef zwemmen.
De onrust komt dan niet alleen doordat iemand gevoeliger of intenser reageert. Er ontstaat ook beweging omdat iets wat in die persoon aanwezig is gezien en geleefd wil worden. Niet letterlijk alsof er onder water een stem om aandacht roept, maar omdat potentie die geen vorm krijgt steeds sterker kan gaan botsen met het leven dat boven water wordt geleid.
Zolang de surfer en de walvis ongeveer dezelfde kant op bewegen, kan dat lange tijd goed gaan. Maar de walvis blijft bewegen en iedere keer wanneer zo’n enorm dier vlak onder de plank langs komt, ontstaan er golven.
Waarom ben ik zo onrustig? Waarom blijf ik hier tegenaan lopen? Waarom voelt dit leven, dat eigenlijk prima zou moeten zijn, toch niet goed? Waarom blijf ik verlangen naar iets anders?
Niet iedere golf is een signaal dat er iets kapot is. Sommige golven ontstaan doordat iets in jou eindelijk ruimte probeert te krijgen.
Hoe groter de walvis, hoe hoger de golf
Daarmee kun je ook anders naar intensiteit kijken. Hoge golven ontstaan niet alleen doordat iemand sterk reageert. Ze kunnen ook ontstaan door het verschil tussen wie iemand boven water heeft leren zijn en wat er onder water meebeweegt. Hoe groter dat verschil, hoe sterker de spanning.
De onderstroom kan uiteindelijk zoveel beweging veroorzaken dat de bestaande manier van leven niet meer houdbaar blijft. Het water wordt onrustig, er ontstaat storm en misschien voelt het zelfs als een tsunami.

Van buitenaf lijkt iemand uit evenwicht te raken, maar soms is niet de persoon zelf degene die uiteenvalt. Soms valt vooral een oude organisatie uiteen.
Dat sluit sterk aan bij Dąbrowski. De crisis betekent dan niet alleen dat iemand het niet meer aankan. Er kan ook een manier van functioneren aan het bezwijken zijn omdat die niet langer past bij wat zich verder probeert te ontwikkelen. Je hebt jarenlang een leven boven water overeind gehouden dat te klein is geworden voor wat er onder water aanwezig is.
Niet terug naar de oude surfer
En daar vind ik Dąbrowski misschien wel het interessantst. Zijn antwoord is niet simpelweg: probeer zo snel mogelijk weer degene te worden die je hiervoor was. Juist die bestaande ordening kan onderdeel van het probleem zijn.
Als je na iedere ontregeling alleen probeert de oude surfer weer stevig op zijn plank te krijgen, wordt de walvis opnieuw de diepte in geduwd. De interessantere vraag is daarom: wat probeert hier eigenlijk tot ontwikkeling te komen?
Herstel vraagt soms niet om terugkeer, maar om reorganisatie. Niet: hoe word ik weer zoals vroeger? Maar: hoe kan ik mezelf zo opnieuw organiseren dat meer van mij werkelijk mee mag doen?
Als de walvis erbij mag horen
Dan hoeft het water niet ineens volledig vlak te worden. De walvis zwemt er nog steeds en je intensiteit, gevoeligheid en behoefte aan betekenis, vrijheid, verbinding, creativiteit of diepgang hoeven niet te verdwijnen of kleiner gemaakt te worden.
Je hoeft er alleen niet langer voortdurend tegen te vechten. Je begrijpt beter waar de beweging vandaan komt en kunt ermee bewegen. Dan kan iets wat eerst vooral ontregeling gaf juist een bron van richting worden.
Je krijgt meer van jezelf tot je beschikking en kunt je steviger en meer samenhangend voelen. Je bent meer jezelf, maar mogelijk ook iets minder gewoon. Wanneer je jezelf minder organiseert rond aanpassing, wordt het verschil met de mensen om je heen zichtbaarder.
Daar zit een paradox in: je kunt je innerlijk meer één voelen en maatschappelijk tegelijkertijd iets meer buitenstaander worden.
Waarom positieve desintegratie bij Herstelgolven hoort
De theorie van Dąbrowski is veel groter dan wat ik hier beschrijf. Hij ontwikkelde een uitgebreide theorie over persoonlijkheidsontwikkeling, ontwikkelingsniveaus, waarden, autonomie, dynamismen en psychische intensiteit.
Herstelgolven en positieve desintegratie zijn dus niet hetzelfde, maar ze raken elkaar op een belangrijk punt. Beide kijken naar psychische onrust niet alleen als iets wat moet verdwijnen. Soms zit er beweging, richting en ontwikkeling in. Iets probeert opnieuw georganiseerd te worden.
Dąbrowski voegt daar voor mij een belangrijke gedachte aan toe: wat jij op dit moment als jezelf kent, hoeft nog niet alles te zijn wat er in jou tot ontwikkeling kan komen.
Binnen Herstelgolven trek ik die gedachte verder de onderstroom in. Daar ligt niet alleen wat je ooit hebt moeten afkoppelen. Daar kan ook potentie aanwezig zijn die nog nooit werkelijk een plaats heeft gekregen.
De onderstroom is niet alleen de plek van wat ooit pijn deed. Het kan ook de plek zijn van wat nog geleefd wil worden.
Sommige van onze grootste golven komen niet van wat ooit pijn deed, maar van wat in ons nog groter wil worden.
Misschien was je nooit alleen die surfer die moeite had met hoge golven. Misschien was je al die tijd ook de walvis.
Geef een reactie